dinsdag 6 juli 2010

Wie coached de patiënt door de zorginformatie?


“De informatiepositie van de patiënt” Papernote 31 van het HEC.

Een publicatie waar je niet zomaar doorheen bladert. De informatiedichtheid is nogal groot. Het onderwerp wordt aan veel kanten belicht en zet je aan het denken.
Soms roept dat herkenning op; BSN, NEN7510, EPD perikelen, regionale netwerken versus LSP, UZI (nog niet uitgerold?)…
Soms rijzen er vraagtekens. HL7 is toch niet de standaard voor EPD’s? Heb ik het dan toch verkeerd begrepen? In welke categorie vallen de terminale patiënten in de gekozen indeling; chronisch-geestelijk-incidenteel?
Naast bekende begrippen toch ook nieuwe informatie. De term PHR (Personal Health Records) kende ik, die van PGD (Persoonlijk GezondheidsDossier) nog niet. Ik ga ook zeker de Engelse website www.healthtalkonline.org een bezoek brengen. Ben nieuwsgierig naar het concept.

De papernote is geschreven om bestuurders, beleidsmakers en politici aan het denken (en liefst ook doen...) te zetten over de informatiepositie van de patiënt (/cliënt) in Nederland. Met de auteur Rachel Gerads sprak ik over haar rapport in relatie tot mijn onderzoek naar visies op verbetering van zorg en zorgpersoneel. Een bevlogen dame die de afgelopen jaren in de wereld van RVZ en Nictiz rondwandelt. Het werd een lang en boeiend gesprek waarbij we vooral stil stonden bij het 'coachen van de patiënt'.

Vol energie en met de papernote onder mijn arm liep ik het VWS gebouw weer uit. Reden om thuis tegelijk de publicatie door te bladeren. Bij het lezen merk ik dat de eerste aanbeveling de meeste reactie bij me oproept. Andere aanbevelingen zijn concreter en richten zich meer op invoering of aanscherping van wet- en regelgeving. De eerste aanbeveling zal veel meer impact hebben op het primaire proces; de eigenlijke zorguitvoering en de onderlinge samenwerking tussen zorgdisciplines, ketens en, niet te vergeten, de patiënt.

De aanbeveling luidt:
Laat zorgverleners de patiënt begeleiden bij het verwerken van informatie
In zijn algemeenheid een goed statement. Wellicht zelfs een open deur. Eigenlijk mag je verwachten dat dit onderdeel van het onderwijs en de uitvoering van zorg is… Toch? Het gaat echter om de uitleg, de nadere invulling:

Bestuurders van zorginstellingen en beleidsmakers zouden zorgverleners in staat moeten stellen om de patiënt te begeleiden in het proces van het verwerken van het grote volume aan beschikbare informatie. Huisartsen en medisch specialisten zouden meer ruimte moeten krijgen om voor de patiënt een coachende rol te gaan vervullen. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het inzetten van nurse practitioners. Door het uitvoerende werk over te laten aan deze medewerkers is het mogelijk om ruimte te winnen in de agenda van de arts om meer als coach op te treden. ICT kan deze manier van werken faciliteren. (Citaat pag.72)

Naarmate de uitleg vordert rollen de gedachten, emoties, ervaringen en ideeën dwars door elkaar heen in mijn bovenkamer. Ik kan me vinden in het advies,maar de toelichting roept verschillende reacties op.
Het begeleiden van de patiënt (en/of diens mantelzorgers) bij het verwerken (verkrijgen en vertalen) van de informatie over zijn/haar ziekte kan zeker worden verbeterd. Daar valt nog veel te winnen voor alle partijen. Lees; instellingen, zorgverleners, overheid, verzekeraars, patiëntenverenigingen en patiënten zelf.
Inzet van nurse practitioners...Dat is een andere discussie...
ICT kan een hulpmiddel in zijn. Zeker.
Of de coachende rol bij een (huis)arts gelegd dient te worden, vraag ik me ten zeerste af. Met het risico wellicht een oeroude discussie over de poortwachter, ‘spin in het web’, op te roepen vervolg ik toch het blog…

Uiteraard dient iedere zorgverlener (arts of niet) zich te realiseren hoe hij met de patiënt communiceert en deze informeert. Vakjargon is niet aan te bevelen. Tijd, gebruik van ICT, sociale vaardigheden en gesprekstechnieken wel. Echter coachen? Dat vergt meer van de individuele zorgverlener. Waar houdt het informeren op? En waar begint coachen? In welke verhouding staat dit tot het verlenen van de primaire zorg?
In de jaren 80 leerde ik op de hbo-v de patiënt vanuit een holistische visie te benaderen (theorie van Rogers). Dat betekende dat we bij de zorgverlening de totale gezondheid en het welzijn van de patiënt in ogenschouw namen. De patiënt was meer dan alleen de wond die genas, de controle van de insuline of de inschatting van ADL activiteiten. Het verpleegkundig plan dat samen met de patient werd opgesteld keek ook naar andere omstandigheden. Vooral binnen de thuissituatie. In de afgelopen jaren zijn verpleegkundigen steeds meer –verplicht- taakgerichter gaan werken. Zijn de huidige verpleegkundigen nog in staat om het geheel te overzien van de mens, zijn omgeving en zijn (keten)zorg?
Medici worden veelal opgeleid vanuit een dualistische visie. De primaire zorgverlening die zij verrichten is gericht op een specifiek gedeelte van de patiënt. Specialisten zijn niet voor niets gespecialiseerd op een bepaald onderdeel. Zij hebben op dat gebied alle kwaliteiten in huis. Is het dan zinvol om deze beroepsgroepen te vragen om de patient te coachen?

Uit de papernote blijkt duidelijk de behoefte van de patient aan ondersteuning bij het verwerken van (zorg)informatie. De vraag is of dit sec door (para)medici of verpleegkundigen dient te geschieden.
Tijdens het gesprek met Rachel passeerden termen als buddy, patiëntcoach en casemanager. Zijn dit nieuwe zorgverleners of bestaande partijen in de zorgketen? Verstaan we hier hetzelfde over binnen de zorg?
Al met al een goede aanbeveling om opgepakt en verder uitgewerkt te worden. Wie pakt de handschoen op? En welke invulling geeft de zorg hieraan?

Mag ik dromen?
Stel de patient (of de mantelzorger/vrijwilliger die de patiënt begeleid) kan, als hij dat zelf aangeeft, in meer of mindere mate (kosteloos) gebruik maken van een professionele partner die:
• Oog heeft voor de patiënt als geheel (psyche, somatiek,spiritualiteit, etc.)
• De woon-, relatie- en werkomstandigheden van de patiënt kent
• De patient helpt bij zijn weg door de berg van informatie
• Als intermediair optreedt bij contacten met zorgprofessionals
• Overzicht heeft over de keten van zorg. Zowel binnen cure als care. Zowel binnen de reguliere gezondheidszorg als de alternatieve sector.

Met als doel om de patient te helpen bij het verwerken van de informatie over zijn/haar ziekte, de zorg op elkaar af te stemmen en de gevolgen voor zichzelf, werk en omgeving in te schatten en op te acteren.

Dat roept vragen, vervolgdiscussies, maar vooral mogelijkheden voor verbetering op.

Zeker nu een van de ICT hulpmiddelen in een centrale informatievoorziening(landelijk EPD) voorlopig tot stilstand is gebracht...


Achtergrond informatie:

De informatiepositie van de patient
Papernote 31, SDU Uitgevers 2010
door Rachel Gerads, Theo Hooghiemstra, Bert Arnold en Anja van der Heide

Martha Rogers; Verpleegkundige methoden en technieken; Holisitische mensvisie
http://books.google.nl/books?id=FhSdPFpKaDgC&pg=PA97&lpg=PA97&dq=holistische+mensvisie&source=bl&ots=ZtirxYFamc&sig=JcReUW5rga03HAx13zmhYr1YYeI&hl=nl&ei=3jUyTODaEsqMOLfF8PIB&sa=X&oi=book_result&ct=result&resnum=5&ved=0CCcQ6AEwBA#v=onepage&q=holistische%20mensvisie&f=false

maandag 7 juni 2010

Bewust(er) kiezen op 9 juni


Kort voor de verkiezingen. Te kort voor een goede vergelijking. Toch wil ik iets meer verdieping dan ik vanmorgen (7 juni) in het AD aantrof. Gezondheidszorg=basispakket?? Nee, de zorg is meer. Gelukkig. Marktwerking is een hot item. Veiligheid (EPD, terugdringen fouten) idem dito. Om maar niet te spreken van de komende personeelsproblematiek en de roep om op andere wijze zorg te verlenen. Van patiënt naar klant, zorg met passie.

Wat zeggen politieke partijen daarover? Ik heb weinig verstand van politiek. Ben niet zo gevoelig voor kleuren. Wel voor wat men zegt en waar iemand concreet mee aan de slag gaat. Uiteindelijk maken de partijen gezamenlijk een nieuw beleid voor ons land. Dan is het toch niet gek om te veronderstellen dat de partijen kijken naar het huidige beleid? En niet alleen aangeven wat ze radicaal anders willen of stop willen zetten?

Het kabinet heeft in Samen werken Samen leven 74 doelstellingen voor de afgelopen regeerperiode geformuleerd. Vijf daarvan toegespitst op de beleidsterreinen van VWS (in een notendop):

35. Uitbreiding van vrijwilligers en behoud van mantelzorgers in 2011.
45a. Vermijdbare schade in de ziekenhuiszorg voor 2012 te halveren.
45b. Burgers kiezen met behulp van KiesBeter.nl.
45c. Cliënten geven 90% van AWBZ zorgaanbieders een voldoende voor kwaliteit.
45d. In 2011 zijn de rechten en plichten van patiënten wettelijk vastgelegd.
46 Meer patiëntgerichte zorg door vernieuwing van zorgconcepten en innovatie.
47 Betere hulp en opvang voor tienermoeders.
48 Verbeteren en versterken palliatieve zorg.

Stuk voor stuk doelstellingen die een belangrijk effect op de gezondheidszorg kunnen hebben. Op de verbetering van de zorg, de zeggenschap van patiënten en hun omgeving, de kosten en het personeel wat in deze branche werkzaam is. Ik verwacht dan politieke standpunten die daar op inhaken. Partijen die zich uitspreken over bijvoorbeeld:

• Het behoud van een tegemoetkoming voor mantelzorgers .
• Ingezette vermindering van schade (EPD? VMS?).
• Transparantie (Kiesbeter in relatie tot andere ‘kwaliteitswijzers’?).
• Toezicht op de AWBZ? Rol van het CIZ, CAK en CVZ?
• Invoering van de Wet Cliëntenzorg wel of niet?
• Uitspraken over zorgconcepten als Magnet Hospitals? Lean? HPO? Planetree?
Behoud van personeel en aantrekken nieuw personeel (rapport ZIP2009)?

Mondjesmaat zie je deze aspecten terug in de partijprogramma’s. Het maakt de keuze er niet eenvoudiger op. Temeer omdat ik niet alleen voor zorg kies, maar ook nog als mens (gelukkig) betrokken ben bij meer speerpunten op de politieke agenda.

De V&VN heeft een poging gedaan om alle programma’s met elkaar te vergelijken vanuit het oogpunt van patiënten en personeel. Vervolgens zijn cijfers gegeven aan de (programma’s) van de politieke partijen. Zie:
http://www.venvn.nl/LinkClick.aspx?fileticket=rc0NXHscPtg%3D&tabid=679

CDA, D66, Groenlinks scoren 7,5. Ton slechts een 4 en PvD 1,5.
Verduidelijking denk je dan. Een zucht van verlichting. Dat maakt de keuze weer wat gemakkelijker. Ik ben namelijk bang dat een koude douche en dergelijke adviezen me in dit geval niet ‘automatisch’ de juiste keuze laten maken (zie eerder blogverslag).

Niet iedereen kan zich vinden in de resultaten van het onderzoek:
http://www.sp.nl/zorg/nieuwsberichten/7733/100531-zorgmeetlat_v_vn_vergeet_zorgbijlagen_van_sp_verkiezingsprogramma.html

Wat zegt dat over de waarde van de rest van de rapportcijfers? Zucht. De keuze blijft lastig. Het gaat uiteindelijk om wat er gebeurd met de ingezette ontwikkelingen binnen de gezondheidszorg en de uitvoering van nieuwe doelstellingen voor de gezondheidszorg.

Eerlijk gezegd hoop ik dat niet alle ontwikkelingen worden stopgezet en Nederland een totaal ander pad inslaat. Er gaat dan veel, heel veel tijd, verloren aan het praten, polderen en aanpassen van systemen en processen. Voordat de zorg (lees patiënt en personeel) dan echt baat heeft bij de veranderingen zitten we weer in een volgende regeerperiode en zijn we veel verloren euro’s verder.

Eerlijk is eerlijk, genoeg veranderingen, genoeg potentiële opdrachten voor een kleine zelfstandige :). Toch werk ik liever aan een verandering die er toe bijdraagt dan ‘slechts’ een wijziging doordat de neuzen een andere kant op staan en men diezelfde neus optrekt voor recente ontwikkelingen en activiteiten.

Succes met stemmen!

maandag 31 mei 2010

Tolle kan even wachten. Het NU niet.


Het is stil in huis. Geen kids thuis. Partner Peet is voor drie dagen naar School voor Coaching. Zomaar tijd, alleen tot woensdagmiddag. Tsss… Tuurlijk doe ik niet niets, wat denk je? Toch is dit wel zo’n moment waarop je nadenkt “wat zal ik eens doen met die zeeën van tijd?”.
Bewust sta ik stil bij alle mogelijkheden voor de invulling van de resterende circa 36 uur. Slapen, eten, huishouden en ‘zelfzorg’, een berg sociale contacten die me lijkt te roepen “bel me, bel me”. Zal ik genieten van een filmpje met een vriendin? Uit eten, theater, sauna? De druk van het ZZP-schap komt zowaar ook weer voorbij. Kom op L! Geen opdracht=geen tijd te verliezen. Acquireren, NU. Stop die dag vol afspraken!

Mooi niet. Vandaag besteed ik in ieder geval aandacht aan mijn uiteinden. Beneden aan beginnen. Dus liet ik me vanochtend zooltjes aanmeten en mijn kuiten ‘lek prikken’ om overtollige energie weg te laten vloeien. Dit moet resulteren in het gebruiken van de spiksplinternieuwe loopschoenen die al een paar maanden verlangend in de kast staan. Na een keer in gelopen te hebben wilde mijn knie niet meer meedoen. Door de warme kuiten (mijn hemel wat kunnen twee maffe acupunctuurnaaldjes veel effect hebben) vervalt, op advies van de podo, het kickboxen van vanavond.

Tijd vrij voor het andere uiterste; mijn hoofd. 18.00 uur scherp gaat de 4 uur durende dvd van Eckart Tolle aan. Ik ga eens voor het hele verhaal, neem ik me voor. Iedere keer als we de dvd kijken raken we na een uur in gesprek en is dat eigenlijk voldoende. Nu wil ik gewoon eens luisteren. Bijzondere kerel die Tolle. Niet alleen de dingen die hij zegt, zelfs zijn non-verbale uitstraling; houding,kleding, stemgeluid, de stilte, het gegiechel tussendoor.
Ben net gestart met Twitteren en bedenk me dat het leuk is om alvast te zoeken naar een fragment voor een Twitterberichtje morgen. Zul je zien; tref ik een mooi fragment wat me weer aan het denken zet. Evenwicht . Je eigen ik. Streven. Loslaten. Ieder mens is al verlicht.

Mijn blik valt op de tijd. Het is intussen 17.30 en ik moet nog eten…Dan breekt na 2 dagen regen zo laat op de dag de zon door, NU dus. Ook dat nog. Wat doe ik binnen? Die vraag geeft de doorslag. Met een lekker maal (heb mezelf verwend door vanmorgen na podo langs Smidt Zeevis te rijden), inclusief wijntje kruip ik achter de tuintafel. Vol in de zon, met uitzicht op onze haven(tje) en de kippen van Ad aan de overkant. Zorgvisie ligt voor me op tafel. Interessant onderwerp; zorg en de komende verkiezingen. Kan ik tegelijk combineren…Handig toch 2 dingen tegelijk? Plotseling zie ik mezelf; ik proef weinig, hoor niets en de Zorgvisie informatie dringt ook niet echt top door. Of is dat toch de witte wijn?

Stop! Ik moet lachen en leg de Zorgvisie op zij. Tijd om te eten, bewust. Tijd om te genieten. Ik voel de wind en zon op mijn gezicht. Hoor een duif, de wind door de bomen, de pauw op het dak van een auto springen. Er zijn weer kuikens! Die zijn al groot. Ruik vervolgens de sigaret van de buurman langswaaien, lekker is anders. Proef mijn zalm en de asperges (tja beetje begeleiding kan geen kwaad…). Vanuit de verte hoor ik het gefluit van “de oma van Loes” ;een prachtige oude kleine fragiele vrouw, grijze knot en stoere broek met daaronder wandelschoenen. Tijd voor het uitlaten van haar viervoeter. Ze is me niet bewust, kletst tegen haar hond en wandelt vrolijk verder. Mooi mens. Ik leg mijn lekgeprikte kuiten nog een tandje verder onder de tafel en schuif met mijn ogen dicht onderuit in mijn tuinstoel. Tolle moet nog effe wachten, eerst maar eens het NU.;)

http://www.youtube.com/watch?v=rdgO4UDrwm8&feature=fvw

(en waarom die foto van de vakantie en niet van de tuin? Omdat ook dit een moment was waarop niets belangrijker was dan het nu, genieten van wat ik zag)

donderdag 27 mei 2010

Koud douchen voor je innerlijke balans


Na 5 maanden hard doorwerken staat mei in het teken van niets doen. Een uitdaging op zich. Niets doen om vanuit dat moment te komen tot nieuwe inzichten en keuzes.
Eigenlijk is ‘even niets doen’ het moeilijkste wat er is. Laat staan keuzes maken. In een periode van niets doen kunnen keuzes je overspoelen en onrustig maken. Je kunt namelijk zoveel doen, of niet. In zo’n periode komt Rients Ritskes uit de kast. “Zen en keuzes maken. Oosterse wijsheid voor praktische mensen”.

Overal uit het boek steken vrolijke gele post-it briefjes omhoog. Binnenin ziet het grijs van het potlood. Citaten, “open deuren”, beschrijvingen van reacties, verhalen van Zen meesters en praktische tips. Het boek bevat zóveel waardevolle informatie. Ik lees het met een blik van herkenning, opluchting en zin om het toe te passen. Waarom is het toch zo moeilijk om die wijsheden te onthouden, integreren in je systeem en onbewust te putten uit de kennis als je het nodig hebt?

Het is mooi; het proces van het maken van een weblog. Wat zal ik dit keer uit dit boek citeren? Wat wil ik doorgeven? Waardoor breng ik een ander in beweging? Is een samenvatting dan toch handig? Chronologisch, langs de hoofdstukken van het boek? Of gewoon datgene wat nu, nu tijdens het schrijven oppopt? Meestal ingegeven door gebeurtenissen, ervaringen en gesprekken van de afgelopen dagen.

Het is mooi; deze gedachten sluiten precies aan bij het eerste hoofdstuk van het boek. Een centraal thema in het boek. Wat helpt je bij het maken van de juiste keuzes? Hoe kun je met minder moeite kiezen? Zo’n handleiding wil iedereen toch in zijn boekenkast?

Geen zweverigheid,gewoon praktische adviezen, waaronder:
Sluit ’s morgens het douchen af met koud water. Verfris je lijf, verfrist je geest.

Simpel gezegd. Minder simpel uitgevoerd. Uiteindelijk moet je toch zelf bewust kiezen en de koude kraan opendraaien. Daar komt het op neer. Niet alleen lezen, maar ook het lef hebben om ook daadwerkelijk de keuze voor jezelf te maken en deze daadkrachtig uit te voeren.
Wat volgt zijn twijfels. Innerlijke strijd tussen hoofd en hard, denken en doen. Je kunt zelf die innerlijke strijd verminderen. Beter in balans komen door gedachten, gevoelens en gedrag op elkaar aan te laten sluiten. Rients beschrijft daarvoor diverse tips. In vogelvlucht:

• Inprenten: Neem van tevoren de tijd om je handeling/keuze in te prenten.

• Schriftelijk bevestigen: Schrijf je voornemens op.

• Druk op de ketel houden: Houd jezelf scherp. Blijf bezig.

• Afspraken maken: Blijf in contact met anderen.

• Fysieke druk: Door sporten zie je de wereld scherper.

• Ademhaling: Adem bewust. Train je ademhaling.

• Meditatie

Het werkt. Echt. Mits je het ook toepast. Zelf. Niet alleen denken.

Bij deze neem ik me voor om de eerst volgende keer af te sluiten met een koude douche en energiek de dag in te springen. Misschien lukt het dan de komende dagen sneller een hoofdstuk uit te kiezen om te delen op het web :).

Zen en Keuzes maken
Door Rien R.R. Ritskes
Uitgegeven door De Driehoek, ISBN 90-6030-573-6
Verkrijgbaar ondermeer via Bol.com en Managementboek.nl

maandag 5 april 2010

Veranderen in de werkelijke tijd


Soms groeit er iets moois naast de geplande weg.

Twitteren voor de verandering
Twitteraar pur sang. "Waar zit jou weerstand om niet te gaan twitteren?". Het veranderproces van vanavond, aldus Jaap Peters. De drie twitteraars in de zaal treft het niet. Mij eerlijk gezegd ook niet. Er zit geen weerstand. Eerder een bewuste keuze. "Als je twittert en veel wordt gevolgd ben je een leider". Even denk ik "dat is interessant", vervolgens komen er tien vragen en opmerkingen langs over (goed) leiderschap, veranderaar en volger. Peters zet ons wel in de eerste vijf minuten aan het denken.

Het geboeid luisteren volgt pas later, na zijn verhandeling over zijn sites, colleges en boeken. De titels spreken aan en roepen tegelijk een negatief gevoel op (Intensieve menshouderij, Bij welke reorganisatie werk jij). Peters vliegt door de inhoud van zijn boeken, waaruit ook nu weer blijkt dat er veel te vertellen valt en 3,5 uur kort kan zijn.

Hoe zinvol is een maakbare wereld?
Rode lijn is het geven van ruimte als leidinggevende aan werknemers. Ruimte om zelf te acteren en te beslissen. Daarbij heeft het effect om stil te staan in het hier en nu, los te kunnen laten en te improviseren. Aansprekende voorbeelden volgen over de Arena en zijn grasmat, twintig hulpverleners in 1 gezin, een goed bedoeld (niet) overzichtelijk kruispunt met 20 borden en de watertomaat. Stuk voor stuk voorbeelden van goed gemanaged; uitgevoerd binnen tijd en budget. Alleen niet meer te pruimen voor de eindgebruiker. "In de werkelijke tijd, nu, waardeloos".
Peters benoemt het verschil tussen de werkelijke en geplande tijd en neemt ons mee in de huidige "maakbare wereld". Organisatie die van A naar B willen komen en punt B als uitgangspunt nemen. Vervolgens beredeneren ze terug naar A en rollen de veranderingen over A uit in de geplande tijd. Peters verhaal over uiteindelijke watertomaten en ongezonde kippenteelt worden met humor en scherp neergezet en zijn treffend. Het gevoel komt (al weer) binnen van een wereld die bezig is met de toekomst en vergeten is stil te staan.
Uiteraard zijn er veranderingen die wel zo doorgevoerd kunnen worden. Neem de nieuwe versie van een berichtenstandaard (mits weinig impact op de achterliggende processen), neem een nieuwe versie van kantoorautomatisering. Helaas worden ook complexere veranderingen via de Prince2 methodiek aangepakt. Strak vooruit gedacht. Daar moeten we naar toe en nergens anders, volgens die lijn. Bij de eindevaluatie (zo die er is) kijken we wel om. Aan Pino (Prince in Name Only) doen we niet hoor! We doen het hier goed. Mmmm.
Is 'het' dan de uitvoering van Prince2 of de daadwerkelijke verandering met oog voor de werkelijkheid en de totale setting waarin de verandering plaatsvindt?

Voel de shit
Tegenwoordig knippen we het geheel op in blokjes. Een totaal proces delen we op in stukjes, waarbij we vergeten (?) te kijken naar de onderlinge verbinding. Is dat, deels, te voorkomen door een (project)manager of leidinggevende aan te stellen met verbinding met het product? Met vakmanschap? Of op zijn minst affiniteit met de corebusiness, het primaire proces? Een discussie ontstaat in de zaal over de waarde van vakmanschap en het wel of niet kunnen openstaan voor nieuwe methodes. Boeiend. Mijn vraag is nog niet beantwoord.
Een vaak terugkerende vraag tijdens opdrachten en in het bedrijf, dat ik enige tijd geleden runde met twee zakelijk partners. Partners met deskundigheid in andere branches dan de zorg. Bewust gekozen om zo van elkaars kennis en kunde, juist ook uit andere branches, te leren. Ik was verantwoordelijk voor de zorg, maar in totaal bedienden we ook andere sectoren. Met hen ontstond vaak een levendige discussie over het inzetten van onze mensen in de zorg. En dan met name die collega's die wel veel verstand van projectmanagen maar niet van zorg hadden. "Je kwaliteiten kun je overal inzetten, ongeacht de branche" was de slogan van mijn partners. “Je moet verstand hebben van de zorg. Ooit met de poten in de modder gestaan hebben” bracht ik daar tegen in. Intussen denk ik genuanceerder dan toen. Voor een deel kan ik me nu vinden in de andere visie. Het wachten is nog op een eigen ervaring buiten de zorg (of overheid of verzekeringen) om het écht te toetsen :). Of zou het post rondrijden op de Shell als hbo-v studente zo'n 22 jaar geleden meetellen? ;). Toch blijft het in mijn visie belangrijk dat je als veranderaar (manager, projectleider, etc.) wel degelijk affiniteit en enige kennis van de materie hebt waarin je werkt. Onder voorwaarde dat deze kennis je niet weerhoudt voor het openstaan van veranderingen. Een verander dient zich in te leven in de organisatie waar hij bij betrokken is. Niet zomaar door even ‘deskresearch’; een site of een boek in te kijken. Neen. Juist op de manier die Boonstra in zijn eerste college ook al aangaf. Door ook met werknemers te praten, het proces zelf te observeren en waar mogelijk een moment deel te nemen. Voel de shit waar een ander in zit.

Smaak naar meer
Veranderkunde. Mooie materie om bij stil te staan en mee te nemen in het werken. Veranderkunde is maatwerk. Een verandering gaat van binnen naar buiten. What's in it for me? Voor de werknemer, voor de organisatie. Iets moet binnen in veranderen om de buitenkant te kunnen wijzigen.

To be continued
Peters’s koppelt zijn visie aan de film The Matrix. Een trilogie die jaren geleden een hype was. De films zelf heb ik zeker al 2 keer bekeken. Een derde zit in de planning met in het achterhoofd de vertaling van Peters. Leuk item voor een volgende blog. Of zou een vertaling over veranderkunde ook heel goed aansluiten bij Avatar? Zonder gekheid, ook een film met meer inhoud dan de meesten denken. Interessant om die gedachten eens te ‘bloggen’.

We hebben van Peters’s college geen boek ontvangen. Wel een tweetal artikelen en een luistercd . Bij het vertrek mogen we een exemplaar van Slow Management uitkiezen. Met mijn buurman van deze avond raak ik in gesprek, waardoor we pas later kunnen kiezen uit de exemplaren die nog over zijn. Gelukkig ligt er nog een exemplaar over Vakmanschap. Naar aanleiding van de nog openstaande vragen een interessante uitgave (ook al is die uit 2007) om thuis eens rustig na te slaan.

www.slowmanagement.nl

vrijdag 26 maart 2010

Veranderen met behoud van identiteit


“Zo, díe man zat echt dicht tegen mijn allergie hoek aan”. Terwijl ik naar buiten wandel, blij van weer een waardevol college hoor ik mijn ‘mede-college-gangsters’ tegen elkaar praten. Ik kan er wel om lachen. Onderweg naar de betaalautomaat spreek ik een ander aan. “En?”. Deze dame is in de war vertrokken. “Misschien omdat ik teveel bij mijn werk zat?”. Inmiddels lachend stap ik op de rij voor de automaat af en drop wat stelliger de vraag bij twee heren “Ook in de war na het college?”. Maar neen, deze delen mijn enthousiasme.

Handelen niet denken. Niet de neuzen dezelfde kant op, maar de handen. Wierdsma vergelijkt een goed veranderproces (wat is goed?) liever met een trektocht in plaats van een georganiseerde reis. Je reist, weet de richting, maar niet exact de route. Een trektocht is echter niet ad hoc en heeft wel degelijk grenzen. Hij trekt daarbij de vergelijking met op de bonnefooi op vakantie gaan. Als je onderweg bent naar het zuiden kan de route veranderen en de eindbestemming nog niet vaststaan, maar plotseling naar Noorwegen trekken is geen optie. Het stellen van grenzen geeft de mogelijkheid tot leren. Kijk naar een ouder-kind relatie. Een kind ontwikkelt zich door de grenzen op te zoeken. Het aangeven van grenzen is daarbij een wezenlijk onderdeel van de opvoeding (het verandertraject van klein naar groot ;) ).
De trektocht onderneem je samen. Verbinding met de ander is belangrijk. Co-creatie om samen tot iets nieuws, tot iets moois te komen is een middel.

Inderdaad. Geen vastomlijnde strategie. Veel input over wat effectief kan zijn in een veranderende omgeving. Veel praktijkverhalen, interactie met de zaal en pittige uitspraken van Wierdsma. Ook deze avond vloog voorbij. De ruim 90 PowerPoint sheets zijn niet allemaal aan de orde geweest. Logisch. Prima. De avond op zich gaf al voldoende stof tot nadenken. Co-creatie, verbinding, grenzen, eigen identiteit, een organisatiekom in plaats van Strategisch-Tactisch-Operationeel denken en de Plek der moeite.

Inderdaad. Ook hier en daar verwarrend. Na het recht toe recht aan verhaal van Caluwé is Wierdsma’s betoog minder grijpbaar, minder logisch en zeker niet gestructureerd. De bevlogenheid van de spreker spat er vanaf. Af en toe staat hij stil, haalt diep adem en meldt quasi zuchtend dat we ‘niet nog meer laatjes moeten opentrekken’. In 3,5 uur tijd wil hij 12 uur lesstof kwijt. Dat lukt overigens wel. Niet alleen door de snelheid en diversiteit. Ook van dit college zijn begeleidende artikelen, een boek en cd geleverd.

De kern van veranderen is het continueren van identiteit in zich wijzigende omstandigheden. (Wierdsma 2001)
Ongeveer zeven jaar geleden zag ik in Villa di Maiano in Fiesole (I) een borstbeeld wat me erg aanspraak. FRANGAR non FLECTAR.
De tekst en het beeld straalden kracht uit. Vertalen kon ik het niet maar het hield me bezig en werd belangrijk in de jaren die volgden. Twee jaar geleden gaf mijn vriend betekenis aan de tekst. I’m broken. Ik veer niet mee, ik breek nog eerder . Woensdagavond schoot het beeld weer door mijn hoofd.
De wereld verandert en jij verandert mee zonder dat je jezelf kwijtraakt. Mooi en moeilijk. Het is makkelijker voor velen om met de ‘rest’ mee te buigen. Bij je eigen kracht blijven vereist naast zelfkennis, doorzettingsvermogen en durf.

Mensen zijn vaak bang voor verschillen. Wierdsma geeft aan dat juist die verschillen waardevol kunnen zijn bij een samenwerking en bij een verandering. Verschil betekent dat je elkaar kunt aanvullen en niet snel zal beconcurreren op de gelijke vlakken. Dat zie ik en toch ben ik automatisch geneigd om te zoeken naar consensus. En niet naar consent zoals hij voorstelt. Harmonie is goed en van conflicten kun je leren. Volgens mij betekent het ook lef van de verschillende partijen om elkaar juist op andere vlakken op te zoeken. Dit vraagt ook om “onbevangen kunnen (en willen) kijken”.

Herhaaldelijk legt Wierdsma de link met zijn voorgangers die we de weken daarvoor mochten ontmoeten. De snelheid is overweldigend waarmee hij de onderwerpen de revue laat passeren en de verschillen en overeenkomsten die hij schetst. De radaren blijven draaien in mijn bovenkamer om het allemaal te volgen. Soms met heldere inzichten. Soms met een licht gevoel van kortsluiting.

De nieuwsgierigheid is opnieuw gewekt. Ik wil meer weten over Wierdsma en zijn ideeën. Vooral het principe Co-creatie en de Plek der Moeite vragen om nader onderzoek.
Nog één college. Daarna tijd genoeg om me te verdiepen en ‘alles’ in praktijk toe te passen.

Villa Maiano: http://www.fattoriadimaiano.com/it/villa/
Wierdsma en Swieringa; Lerend organiseren, als meer van hetzelfde niet helpt
Co-creatie van veranderingen; Deel 18 van de verandermanagement box

dinsdag 23 maart 2010

Gekleurd denken. Een leidraad bij veranderen van organisaties.


Gekleurd verandermanagement

“Denken over veranderen in vijf kleuren”. College van dr. L.I.A. de Caluwé. De derde op rij in de serie van colleges over Veranderkunde. Een college om wat langer over na te denken. Niet mijn eerste reactie aan een blog toe te vertrouwen. Eerst eens om me heen van gedachten wisselen. Dat is op zich al een goed teken. De theorie van Caluwé houd me in ieder geval bezig :).

Een rode papaver?
Waarom Caluwé’s geel, blauw, groen, wit en rood? Weer eens iets anders dan bedrijfsman, voorzitter, zorgdragers en groepswerkers (Belbin)? Of een, acht, twee, vier (Enneagram)? Waarom zijn zijn kleuren niet natuurlijker geformuleerd? Ik voel me toch echt een krachtige rode papaver, met een groeiende groene steel in een gelige ondergrond beschenen door helder wit licht onder een waterige blauwe hemel. Vast te soft voor veranderaars. En te cryptisch om wat mee te kunnen voor velen. Zelf zie ik er wel wat in ;).

Zelfkennis als voorwaarde voor veranderen

Voor dat lezers nu dreigen af te haken…Mensen, maar volgens Caluwé, juist organisaties zijn in te delen naar hun denken en handelen. Bij een kennismakingsgesprek met een organisatie kun je al inschatten welke kleurendruk, welk kleurendenken, overheerst.
Zijn college begon met het uitvoeren van een zelftest. Een van de belangrijkste onderdelen van (het ondersteunen bij) veranderen is het kennen van jezelf. Welke kleuren zijn bij jezelf sterk of minder sterk aanwezig? Zijn advies om die verandertrajecten aan te pakken in een omgeving die qua kleur dicht bij de jouwe ligt is aannemelijk. Daar voel je je wellicht het beste, kun je het meest je persoonlijke kracht aanspreken. Maar wat als je juist wilt leren om je te bewegen in een andere kleur? Helaas, daar was in dit college geen tijd voor.

Glasheldere theorie
Bewegend voor 50 studenten, tussen twee tafels en maar liefst vijf flipovers stak Caluwé een indringend betoog af over gekleurde organisaties. Enthousiaste reacties om me heen vertelden dat de theorie begrijpelijk is, herkenbaar en toepasbaar. Zelf heb ik daar wat moeite mee; mezelf of een organisatie in een kleur te laten gieten. Of überhaupt welk etiket. Wellicht is mijn zelftest met een redelijk gemengd kleurenpalet of het niet willen werken voor een puur blauwe of gele organisatie een bevestiging van het resultaat van de zelftest. Mijn buurman laat zich ook niet zo gemakkelijk overhalen en scoort extreem wit. ‘Glashelder ‘verklaart hij met een smile. Wat onze docent zelf is, wilde hij helaas niet verklappen.

Kleuren in steno
Uiteraard valt de kleurentheorie van deze spreker niet in 1 blog te vatten. Het begeleidende boek, artikelen en cd heb ik van het weekend doorgebladerd. Daarin gaat de auteur veel verder en worden de mogelijkheden van zijn theorie duidelijker. Dit college was slechts een kennismaking.
Met de kleuren kun je een organisatie en de mensen er in duiden. Het geeft je een “conceptuele helderheid”, waardoor de communicatie tussen mensen eenduidiger en helderder wordt. Het kan inzicht geven vanuit welke veronderstellingen de mensen denken. Tevens biedt het mogelijkheden voor de keuze voor de veranderaanpak. Daarin zit voor veel mensen om mee heen de waarde. Het risico van het afwerken van een bijpassend lijstje bij een kleur? Ton sur ton.
Gekozen is in dit denken, om de verschillende concepten in hoofdkleuren weer te geven. Bij het beschrijven van de kleuren en de denkbeelden van de mensen/organisaties die daarbij horen valt op dat Caluwé in dit college de negatieve kenmerken benadrukt. De voorbeelden die hij daarbij noemt zijn herkenbaar en worden met humor gebracht. Gelukkig is niet ieder bedrijf of mens compleet geel, blauw of groen. Een kleur overheerst meestal, waarop je je acties kunt bepalen.
Blauwdruk staat voor het hebben van uitgewerkte plannen, ontwerpen die langs een vast stramien worden ingevoerd. Het hanteren van een strakke Prince2 methodiek is daar een voorbeeld van.
Geeldruk denken heeft vooral te maken met de macht en de manier om tot coalitie te komen.
Bij rooddrukdenkers staat de mens centraal. Hoe is de sfeer, HRM methodes voor motiveren en belonen.
Groen is de kleur van het leren. Leersituaties creëren. Motiveren om verder te kijken.
Last but not least, wit. Uitgaande van de energie van mensen. Het natuurlijke verloop.
Caluwé in steno…

Goed instrument, maar geen doel op zich
Kleuren zitten diep in mensen, geeft hij aan. Rood moet in je genen zitten. Je kunt ze wel verstoppen. Voor even. Vroeg of laat loop je er toch -zelf- tegen aan.
Waarom zijn veel mensen zo enthousiast over dit college, over deze theorie? Zou het kunnen dat het veranderende organisaties beter grijpbaar maakt voor mensen? Het plaatsen in vakjes geeft duidelijk, houvast. “Als ik denk dat jij in een overwegend gele organisatie werkt, weet ik beter in te schatten hoe je bent en hoe ik zou moeten handelen om jou (organisatie) te bewegen om te veranderen."
Het gevaar van het denken in vakjes (kleuren, cijfers of rollen) vind ik, dat mensen worden ingedeeld en beoordeeld op deze indeling. Het helpt wellicht bij het inschatten van een situatie en het bepalen van actie/reactie. Het leren en beheersen van deze theorie is m.i. geen garantie tot succes. Zeker met in gedachten het verhaal van Homan. Deze theorie bevindt zich volgens mij in de linkerkant van de lijn die Homan bedoelde. De methodes en technieken om een verandering te beïnvloeden. Het is een hulpmiddel. Het overgrote gedeelte van de verandering is afkomstig van wat er tussen de mensen zelf plaatsvindt. De informele contacten, de gesprekken bij de koffie-automaat, het non-verbale gedrag.

Verdieping
Hoe dan ook wel een instrument om in de loop van de maanden mee te experimenteren en het boek er nog eens op na te slaan. De cd beluister ik verder in de file. Met recht in de file. Pff, waar is mijn rewindknopje? Wilt u deze term nog 1 keer herhalen??? File is een geschikt moment voor deze materie. Op kritische verkeersmomenten volstaat The Prodigy, of ander muzikaal intermezzo waar je minder bij na hoeft te denken ;).

Leren Veranderen, Handboek voor de veranderkundige
Door Leon de Caluwe en Hans Vermaak